Vaatwasser inbouwen en aansluiten

Een vaatwasser kan je gewoon los plaatsen, maar het oogt mooier als deze is ingebouwd in je keuken. Ook hier kan je naast de integratie in je keuken ook de aansluiting van het water voor eigen rekening nemen. We overlopen stap voor stap hoe je dat aanpakt.
##video:zdbbe1949U03;center;p100##
Aansluiten
De beginsituatie
Voor je een vaatwasser aansluit, moeten er een koudwatertoevoer met afsluitkraan, een waterafvoer met sifon en een geaard stopcontact aanwezig zijn. Voorzie die bij voorkeur in een aangrenzende kast, zodat de kraan en de stekker bereikbaar blijven en de aansluitingen geen ruimte achter het toestel innemen. De watertoevoer- en afvoerpunten zitten meestal in de kast onder spoelbak.
Voor de toevoerkraan is er geen universele montagehoogte, meestal bevindt die zich tussen 40 en 60 cm boven het vlierpas: plaats ze in ieder geval goed bereikbaar en binnen het bereik van de meegeleverde slang, met voldoende ruimte voor een eventuele aquastop.
De afvoerslang sluit je aan op de toestelaansluiting van de spoelbaksifon of op een afzonderlijke afvoer met sifon (diameter 75 bij een gekoppelde afvoer, diameter 40 tot 50 als de afvoer enkel aangesloten is op de vaatwasser). De vereiste hoogte van de aansluiting of de opgaande slanglus verschilt per toestel. vaak zit het ingewerkte afvoerpunt (in de muur, of stuk buis in de vloer) op een hoogte rond 40 tot 60 cm boven het vloerpas. De waterafvoer mag uiteraard niet hoger liggen dan het toestel zelf, zodat het afvoerwater vlot weggepompt kan worden.
Controleer vooraf of de slangen en het snoer lang genoeg zijn en zonder knikken of knellen kunnen worden aangelegd.
Toestel plaatsen
Of je de vaatwasser eerst op zijn plaats zet of eerst aansluit, hangt af van de beschikbare ruimte en de bereikbaarheid van de aansluitpunten. Blijven die bereikbaar in een aangrenzende kast, dan kun je het toestel eerst positioneren. Anders maak je de aansluitingen terwijl de vaatwasser nog vóór de nis staat. Laat de stekker voorlopig uit het stopcontact en controleer de wateraansluitingen op lekken voordat je het toestel definitief inschuift.
Bij een inbouwvaatwasser leid je de slangen en het snoer door de voorziene openingen naar de aangrenzende kast. Schuif het toestel voorzichtig in de nis en zorg dat niets geknikt of gekneld raakt. Regel de hoogte met de stelpoten en zet de vaatwasser waterpas. Bevestig hem vervolgens volgens de montagehandleiding met de meegeleverde beugels aan de keukenkasten of het werkblad.
De watertoevoer koppelen
Je zet voor de verdere aansluiting eerst de aanvoer van het water in orde. Daarvoor sluit je de hoofdkraan af en laat je het water uit de leidingen. Heb je wat plaats nodig om te werken? Verwijder dan ook de sifon van de pompbak erboven.
Hoe je werkt is afhankelijk van de situatie. Plaats je een vaatwasser bij in een keuken die er voordien geen had? Maak de aanwezige hoekstopkraan (voor de watertoevoer van de keukenkraan) los, die wordt immers vervangen door een dubbele hoekstopkraan waar je ook de vaatwasser op kan aansluiten.
Dichting
De dichting tussen de kraan en de connectie wordt gemaakt met dichtingsdraad op een opgeruwde schroefdraad. Houd het kraantje in je linkerhand en breng de draad aan rond de schroefverbinding met je rechterhand. Het aantal keer dat je moet rondwikkelen, staat aangegeven op de verpakking.
Steek je nieuwe kraantje, met twee aansluitingen, dan met een waterpomptang en steeksleutel in de aanvoer van het koud water en maak dat de schroefdraad zo ver mogelijk in de connectie zit.
Sluit dan de kraan terug aan. Die connectie wordt hier gemaakt met een rubberen dichting. Je moet dus geen dichtingsdraad aanbrengen. Schroef de connectie vast, maar overdrijf niet, vast is vast. Ook de connectie voor de vaatwas wordt gemaakt met een rubberen dichting. Die draai je enkel met de hand aan.
Waterafvoer
Je kan vervolgens de afvoer van de pompbak terug aansluiten. Zet eerst de afvoerplug weer vast – bij heel wat modellen bestaat daar een passend sleuteltje voor.
Is er een connectie voorzien om de vaatwas op aan te sluiten? Dan maak je daar uiteraard gebruik van. De afvoer van de vaatwas is voorzien van een flexibele rubberen dichting. Met een slangklem maak je deze vast. Schroef de slangklem goed aan. Draai de watertoevoer terug open.
Snoer aansluiten
Zorg er ook voor dat je vaatwasser elektriciteit heeft. Steek hem dus in het stopcontact dat je voorzien hebt. Sluit het toestel rechtstreeks op het stopcontact aan, zonder verlengsnoer of stekkerdoos.
Inbouwen
Wil je de vaatwasser laten mee opgaan in de keukenkasten? Dan monteer je er een frontpaneel op die overeenkomt met lade- en/of kastfronten van je keuken. Controleer vooraf de toegelaten hoogte, dikte en het gewicht van dat front. Ook de plinthoogte en het deursysteem bepalen of de deur straks ongehinderd opengaat.
Frontplaat vastschroeven
Bij een vast deursysteem wordt het front rechtstreeks op de vaatwasserdeur bevestigd. Het paneel beweegt daardoor als één geheel met de deur mee. Met de meegeleverde boormal of de maten uit de handleiding teken je de bevestigingspunten af op de achterzijde van het front. Controleer daarbij de aansluiting op de naastliggende kast- en ladefronten.
Afhankelijk van het toestel schroef je eerst bevestigingsbeugels op het paneel, waarmee je het aan de deur hangt. Vervolgens zet je het vast met schroeven die je langs de binnenzijde van de vaatwasserdeur aanbrengt. Gebruik uitsluitend de voorgeschreven schroeven en bevestigingspunten: te lange schroeven kunnen door het front steken. Boor eventuele gaatjes voor tot de aangegeven diepte.
Met een schuifsysteem
Bij een schuifsysteem of glijscharnier kan het front tijdens het openen verschuiven ten opzichte van de vaatwasserdeur. Daardoor krijgt de onderzijde meer bewegingsruimte en botst een hoog paneel minder snel tegen de plint. Dat is vooral handig bij lange keukenfronten in combinatie met een lage plint.
Volgens de montagehandleiding bevestig je de geleiders en bijbehorende onderdelen aan het front en het toestel. Daarna verbind je beide en stel je het paneel af. Sommige vaatwassers hebben zo’n systeem ingebouwd; voor andere combinaties is een geschikte adaptersset nodig. Controleer de compatibiliteit vooraf. Bestaat het front uit meerdere ladefronten, dan verbind je die eerst met daarvoor bestemde verbindingsstukken.
Controleer tot slot de voegen rondom en open de deur volledig. Het front moet vrij bewegen. Stel indien voorgeschreven ook de deurveren af op het gewicht van het paneel.



