Veiligheidsschoenen op een andere leest geschoeid
De markt voor veiligheidsschoenen staat allesbehalve stil. Klassieke eisen rond voetbescherming blijven overeind, maar professionele gebruikers kijken intussen ook kritischer naar andere eigenschappen. Hoe krijgen die verwachtingen gestalte in de nieuwste modellen en welke keuzes maken fabrikanten op het vlak van ontwerp, materiaal en technologie?
Wat houdt ISO 20345 in?
Veiligheidsschoenen moeten voldoen aan de Europese norm EN ISO 20345, die de minimale eisen vastlegt voor onder meer schok- en verpletteringsbestendigheid, slipweerstand, ergonomie en comfort. De editie EN ISO 20345:2022 verving de vorige versie uit 2011 en werd aangevuld met amendement A1:2024. De vernieuwde norm verfijnt de beschermingsklassen en introduceert bijkomende markeringen, zodat gebruikers beter kunnen inschatten welke eigenschappen een schoen heeft. De basisvereisten blijven onder meer een beschermneus die bestand is tegen een impact van 200 joule en een drukkracht van 15.000 newton.
SB: voldoet aan de basiseisen voor veiligheidsschoenen, waaronder een beschermneus die bestand is tegen een impact van 200 joule.
S1: onderscheidt zich door antistatische eigenschappen, een gesloten hiel en energieabsorptie in de hak, boven op de SB-vereisten. Deze klasse is voornamelijk bedoeld voor droge werkomgevingen.
S1P: voegt aan de S1-eigenschappen een metalen antiperforatiezool toe, die voorkomt dat scherpe voorwerpen langs onder in de schoen dringen.
S1PL en S1PS: beschikken over een niet-metalen antiperforatiezool. Het verschil zit in de testmethode: PL gebruikt een nagel van 4,5 mm, PS een dunnere nagel van 3 mm.
S2: bouwt voort op S1, met een bovenmateriaal dat weerstand biedt tegen waterindringing en waterabsorptie (WPA).
S3: verenigt de S2-eigenschappen met perforatiebescherming en een geprofileerde loopzool. Bij S3L en S3S gebeurt die perforatiebescherming met een niet-metalen tussenzool, getest met respectievelijk een nagel van 4,5 en 3 mm.
S4: geldt voor volledig rubberen of kunststof veiligheidsschoenen en laarzen. Ze combineren de basisbescherming van S1 met een waterdichte constructie.
S5: voegt aan de S4-vereisten een antiperforatiezool en een geprofileerde loopzool toe.
S6: vertrekt vanuit de S2-klasse, maar ondergaat aanvullend een test op de waterbestendigheid van de volledige schoen (WR).
S7: combineert de S3-bescherming met WR, waarbij de volledige schoen op waterbestendigheid wordt getest. S7L en S7S hebben respectievelijk een niet-metalen antiperforatiezool volgens de PL- en PS-testmethode.
Naast de indeling in veiligheidsklassen kent de norm verschillende aanvullende markeringen die de specifieke eigenschappen van een schoen verduidelijken. SR verwijst naar een aanvullende slipweerstandstest op een keramische ondergrond met glycerine. De aanduiding LG staat voor extra grip op laddertreden, terwijl SC aangeeft dat de overneus een bijkomende slijtagetest heeft doorstaan. Ook op het vlak van waterbestendigheid maakt de norm een duidelijk onderscheid. WPA heeft betrekking op de weerstand van het bovenmateriaal tegen waterindringing en -absorptie, terwijl WR aangeeft dat de volledige schoen op waterbestendigheid werd getest.
In sectoren met de hoogste veiligheidseisen wordt vaak gekozen voor extra overneusbescherming
Waarmee rekening houden?
Materiaalkeuze
De materiaalkeuze hangt nauw samen met de omstandigheden waarin de veiligheidsschoenen gedragen worden. Leer blijft een veelgebruikt materiaal vanwege zijn slijtvastheid, ademend vermogen en natuurlijke weerstand tegen vocht. Synthetische materialen wegen doorgaans minder en kunnen eveneens een hoge waterbestendigheid hebben, wat ze geschikt maakt voor vochtige werkomgevingen. De eigenschappen van het bovenmateriaal bepalen mee hoe goed de schoenen bestand zijn tegen dagelijkse belasting en hoe lang ze hun beschermende functie behouden.
Neusbescherming
Stalen en composietneuzen behoren tot de meest gebruikte vormen van neusbescherming in veiligheidsschoenen. Staal is bijzonder slagvast, maar maakt de schoen iets zwaarder. Composiet is lichter en volledig metaalvrij, terwijl het een vergelijkbaar beschermingsniveau haalt.
Voor werkzaamheden met veel contact tussen de schoenneus en de ondergrond is een extra overneusbescherming aangewezen. Een slijtvaste laag uit polyurethaan, rubber of een ander duurzaam materiaal beperkt beschadiging door schuren en stoten. Sommige modellen gaan nog een stap verder en voorzien ook versteviging rond de middenvoet en enkel.
Hoog of laag model?
Halfhoge veiligheidsschoenen komen vooral tot hun recht bij buitenwerk, waar extra bescherming en ondersteuning gewenst zijn. Lage modellen zijn dan weer geliefd voor werkzaamheden binnen, onder meer door hun lagere gewicht en grotere bewegingsvrijheid. De keuze wordt mede beïnvloed door het seizoen, de werkomgeving en de geldende veiligheidsnormen.
Over het algemeen geven hogere modellen meer ondersteuning aan enkel en kuit en zorgen ze voor extra bescherming tegen opspattende vonken of metaaldeeltjes. Lage schoenen daarentegen laten meer bewegingsvrijheid toe en zijn koeler tijdens warme periodes. Ook elektriciens kiezen steeds vaker voor hogere modellen, onder meer omdat ze geregeld op bouwwerven aan de slag gaan.
Inlegzolen
Inlegzolen vangen schokken op en verdelen de druk over de voetzool, waardoor vermoeidheid tijdens lange werkdagen afneemt. Afhankelijk van hun uitvoering helpen ze ook om warmte en vocht af te voeren of de voeten tijdens koudere maanden beter te isoleren. Naast klassieke dempende en anatomisch gevormde zolen verschijnen er ook varianten die zich aanpassen aan de breedte van de voet.
Waterbestendigheid
S3-schoenen zijn vochtbestendig, maar niet volledig waterdicht. Ze geven m.a.w. slechts beperkte bescherming tegen waterinfiltratie. Voor langdurig gebruik in zeer natte omstandigheden zijn er waterdichte schoenen ontwikkeld met een speciaal membraan. Kunststof laarzen vormen een ander alternatief, waarbij polyurethaan (PU) steeds vaker pvc vervangt. Het materiaal weegt minder en laat zich soepeler plooien. Tegelijk verschuift de aandacht naar veiligheidsschoeisel dat water buitenhoudt zonder aan ademend vermogen in te boeten. Vooral op bouwwerven, waar werknemers met uiteenlopende weersomstandigheden te maken krijgen, blijft de zoektocht naar dat evenwicht actueel.
Nieuwe ontwerpen vertrekken vaker vanuit een anatomisch gevormde leest
Opvallende trends
Anatomie van de voet als uitgangspunt
Een interessante evolutie is de verschuiving naar veiligheidsschoenen die beter aansluiten bij de natuurlijke vorm van de voet. Traditionele modellen beperken soms de bewegingsruimte van de tenen, bijvoorbeeld wanneer de beschermneus relatief smal is. Nieuwe ontwerpen vertrekken vaker vanuit een anatomisch gevormde leest en een bredere beschermneus, zodat de tenen meer ruimte krijgen om zich te spreiden. Ook de vorm van de binnenzool en de antiperforatiezool wordt hierop afgestemd. Dat kan drukpunten en wrijving beperken en het draagcomfort tijdens lange werkdagen verbeteren.
Circulariteit en herstelbaarheid
Ook bij veiligheidsschoenen groeit het aanbod aan modellen met gerecycleerde materialen en vervangbare onderdelen. Door bijvoorbeeld de loopzool afzonderlijk te kunnen vervangen, hoeft slijtage niet meteen het einde van de volledige schoen te betekenen. Fabrikanten onderzoeken eveneens hoe ze de verschillende materialen na gebruik gemakkelijker kunnen scheiden voor recyclage. Dat is geen eenvoudige opgave, aangezien beschermneuzen, antiperforatiezolen, loopzolen en bovenmaterialen vaak stevig met elkaar verlijmd zijn. Een aangepaste constructie kan herstelling en materiaalrecuperatie vergemakkelijken, op voorwaarde dat de gecertificeerde bescherming behouden blijft.
Invloeden uit de sportwereld
De sport- en hardloopschoenenindustrie inspireert fabrikanten bij de ontwikkeling van lichtere veiligheidsschoenen. Gebreide bovenwerken uit één stuk beperken het aantal naden, terwijl superkritisch schuim in de tussenzool schokken opvangt en tegelijk voldoende veerkracht behoudt. Ook koolstofvezel doet zijn intrede in beschermneuzen. Het materiaal laat toe om de klassieke metalen neus achterwege te laten en het totale schoengewicht te beperken.
Sportschoenentechnologie beïnvloedt ook de manier waarop de voet in wordt omsloten. Anatomisch gevormde leesten, bredere beschermneuzen en aangepaste binnenzolen moeten voorkomen dat de tenen te weinig ruimte krijgen of tegen de neusconstructie drukken. Sommige ontwerpen vertrekken daarbij van de natuurlijke spreiding van de tenen tijdens het stappen. Dat vraagt om een nauwkeurige afstemming tussen de beschermneus, de antiperforatiezool en het voetbed. De sportieve inspiratie mag immers niet ten koste gaan van de bescherming die de norm voorschrijft.
Slimme sensoren
Er verschijnen modellen met geïntegreerde sensoren die bijvoorbeeld een val detecteren en automatisch een noodmelding uitsturen. Met name bij alleenwerk of op werkplekken waar hulp niet meteen voorhanden is, kan die functie van pas komen. Ook sensoren in binnenzolen worden onderzocht om lichaamsparameters en fysieke activiteit op te volgen. De technologie staat nog in een vroeg ontwikkelingsstadium, maar opent perspectieven voor veiligheidsschoenen die naast fysieke bescherming ook bijdragen aan de ongevallenpreventie.
BOA®-sluitingen
Het BOA-sluitingssysteem vervangt traditionele veters door een sterke staaldraad die met een draaiknop wordt aangespannen. De spanning is nauwkeurig regelbaar, zodat de schoen gelijkmatig rond de voet aansluit en de drager de pasvorm naar wens kan aanpassen. Met een korte draaibeweging komt de sluiting weer los en verloopt ook het uittrekken vanzelf. Bovendien zijn er geen losse veters die kunnen blijven haken of tijdens het werk onverwacht loskomen.
Met medewerking van Allshoes Professional Footwear, Cortina, Delta Plus, Elten, Fristads, J Dubois, Milwaukee, Rox, Shoeteq en Sievi