PremiumPbm persoonlijke bescherming

Valrisico’s beperken met collectieve en persoonlijke bescherming

Valbeveiligingssystemen worden om twee redenen ingezet: om een val te voorkomen door middel van retentie of gebiedsbescherming, of om de gevolgen van een val te beperken wanneer deze toch plaatsvindt. Het aantal verschillende types valbeveiligingssystemen is echter zeer uitgebreid. Dit artikel helpt u een weg te banen door de wirwar van levenslijnen, valnetten en harnassen, en benoemt de belangrijkste aandachtspunten.

De basis blijft

Werken op hoogte begint niet bij de keuze van een harnas. Volgens de Belgische Codex moet de werkgever eerst onderzoeken of het werk op hoogte kan worden vermeden. Als dat niet mogelijk is, krijgen collectieve beschermingsmaatregelen – zoals werkplatforms, leuningen of andere collectieve voorzieningen – voorrang. Persoonlijke valbeveiliging komt pas in beeld wanneer het risico niet voldoende met organisatorische, technische of collectieve maatregelen kan worden beheerst.

Dat betekent ook dat een vaste hoogte alleen nooit voldoende is om te bepalen welke maatregel nodig is. Een val van relatief geringe hoogte kan ernstig zijn wanneer de werknemer op machines, constructiedelen of andere obstakels terecht kan komen. De concrete risicoanalyse blijft daarom belangrijker dan een algemene vuistregel.

Collectieve beveiliging

Wanneer werken op hoogte niet vermeden kan worden, krijgen collectieve be­schermingsmiddelen bijna altijd voorrang. Hieronder een greep uit de belangrijkste opties:

  • Randbeveiliging bestaat uit een hek dat langs de (opstaande) randen van een hooggelegen oppervlak wordt geplaatst om valgevaar te voorkomen.

  • In situaties waar het plaatsen van een dakrandbeveiliging voor dakwerken niet haalbaar is, wordt er vaak gebruikgemaakt van veiligheidsstellingen. Deze bestaan uit platforms op dakrandhoogte, trappen over de volledige hoogte en een leuning met liggers.

  • Valnetten kunnen horizontaal of verticaal worden aangebracht, afhankelijk van het type net en de draagconstructie. Ze zijn bedoeld om personen op te vangen en worden volgens de voorschriften van de fabrikant gemonteerd.

Persoonlijke valbeveiliging bestaat uit drie componenten: het verankeringspunt, het verbindingssysteem en het harnas

Persoonlijke valbeveiligingssystemen

Een persoonlijk valbeveiligingssysteem bestaat uit een combinatie van componenten die scheidbaar of onscheidbaar met elkaar zijn verbonden. De componenten moeten geschikt zijn voor het toepassingsgebied en mogen alleen met elkaar worden gecombineerd volgens de specificaties van de fabrikant.

De belangrijkste systeemfuncties zijn:

  • Werkplaatsbegrenzing (restraint): voorkomt dat de gebruiker een zone met valgevaar kan bereiken.

  • Werkpositionering: ondersteunt de gebruiker in een werkpositie zodat de handen vrij kunnen blijven; dit is niet hetzelfde als een zelfstandig valopvangsysteem.

  • Valopvang (fall arrest): laat een mogelijke vrije val toe, maar stopt die gecontroleerd en beperkt de krachten op de gebruiker.

  • Seil-/rope access: toegang en positionering via touwen, met specifieke uitrusting en technieken.

  • Redding: systemen waarmee een gebruiker zichzelf of een andere persoon veilig kan evacueren of redden.

Verankeringspunt

Het verankeringspunt – of kortweg ankerpunt – is het punt waaraan de PBM wordt bevestigd. Het moet voldoende sterk zijn om de krachten op te vangen die bij een val ontstaan. De vereiste sterkte hangt af van het gebruikte systeem en de geldende norm.

Vijf types

EN 795:2012 onderscheidt vijf types verankeringsvoorzieningen. Type A omvat voorzieningen met een of meer vaste ankerpunten die met structurele verankeringen of bevestigingselementen aan de constructie worden bevestigd. Type B verwijst naar verplaatsbare verankeringsvoorzieningen met een of meer vaste ankerpunten, waarvoor geen structurele verankering nodig is. Type C omvat flexibele horizontale ankerlijnen, type D starre horizontale ankerlijnen en type E doodgewichtverankeringen die op een vrijwel horizontaal oppervlak worden geplaatst. De norm behandelt systemen die bedoeld zijn voor één gebruiker.

Wijzigingen op komst

Voor permanent bevestigde verankeringsvoorzieningen en veiligheidshaken geldt de afzonderlijke norm EN 17235:2024. Die onderscheidt vier soorten verankeringskits: een kit met een enkel ankerpunt (A), een veiligheidshaak (B), een horizontale kabelankerlijn (C) of een horizontale railankerlijn (D). Het volledige systeem, inclusief de bevestiging aan de draagconstructie, wordt als één geheel beoordeeld. Sinds 9 februari 2026 is de norm geharmoniseerd onder de Europese Bouwproductenverordening. Fabrikanten hebben tot 9 augustus 2027 om aan de nieuwe eisen te voldoen en de betrokken producten van een CE-markering te voorzien.

Ook EN 795 wordt herzien. De nieuwe versie zal uitsluitend betrekking hebben op tijdelijke verankeringsvoorzieningen voor één gebruiker. De huidige indeling in vijf types (A tot E) maakt plaats voor twee categorieën, type 1 en type 2. Type 1 omvat verplaatsbare verankeringsvoorzieningen met een of meer vaste ankerpunten. Type 2 betreft doodgewichtverankeringen. De herziene norm is nog niet definitief gepubliceerd. Volgens de huidige planning wordt de publicatie in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Tot dan blijft EN 795:2012 van kracht binnen haar huidige toepassingsgebied.

TWEE ONDERSCHATTE RISICO'S
Een ankerpunt dat ver naast de gebruiker ligt, kan bij een val een pendelbeweging veroorzaken. De werknemer valt dan niet alleen naar beneden, maar zwaait ook zijwaarts en kan tegen gevels, staalstructuren of andere obstakels botsen. Bovendien kan de lijn over een dakrand of constructierand worden belast.

De beste oplossing is daarom doorgaans het anker zo dicht mogelijk boven of in lijn met de gebruiker te positioneren en de zijdelingse uitwijking te beperken. Waar randbelasting mogelijk is, moet expliciet worden gecontroleerd of het verbindings- of valstopapparaat voor die situatie en dat type rand is toegestaan.


Verbindingsmiddel

Het verbindingssysteem (leeflijn) vormt de verbinding tussen het verankeringspunt en het harnas. De uitvoering en lengte hangen af van de functie van het systeem en de gebruiksomstandigheden. Een klassieke valstoplijn is doorgaans uitgerust met een energieabsorber om de krachten op het lichaam en het verankeringspunt te beperken. Voor andere systemen, zoals werkplaatsbegrenzing of een oprolbaar valstopapparaat, gelden andere technische eigenschappen en gebruiksvoorwaarden.

Enkele veelgebruikte uitvoeringen zijn:

  • Een verbindingslijn voor werkplekbegrenzing: beperkt de bewegingsvrijheid zodat de gebruiker een zone met valgevaar niet kan bereiken.

  • Een valstoplijn met energieabsorber: vangt een eventuele val op en beperkt de krachten die daarbij op het lichaam en het verankeringspunt terechtkomen.

  • Een oprolbaar valstopapparaat: rolt de lijn automatisch op en blokkeert die bij een plotse versnelling, volgens een principe dat vergelijkbaar is met dat van een veiligheidsgordel.

  • Een meelopend valstopapparaat: beweegt mee met de gebruiker langs een flexibele of starre ankerlijn en blokkeert bij een val.

Lichaamsopname (valharnas)

Een harnas is het lichaamsgedragen onderdeel van een valstopsysteem. Het is opgebouwd uit riemen, gespen, beslagonderdelen en andere componenten. Bij een val vangt het harnas de gebruiker op en houdt het die in een veilige positie. Een veiligheidsharnas voor valopvang moet voldoen aan EN 361. EN 364 legt de testmethoden voor persoonlijke valbeveiligingsmiddelen vast.

Speciale eisen aan harnassen

De borst-, schouder- en beenriemen van een veiligheidsharnas moeten verstelbaar zijn, zodat het harnas nauw aansluit op het lichaam. Ook de breedte en positionering van de riemen zijn aan voorschriften gebonden. Volgens EN 361 moeten de primaire, dragende riemen minstens 40 mm breed zijn. Voor secundaire riemen geldt een minimum van 20 mm. De bevestigingspunten moeten zo zijn aangebracht dat de gebruiker tijdens een val veilig wordt opgevangen en achteraf zo veel mogelijk rechtop blijft hangen.

EN 361 laat ook toe dat een harnas in kleding of een ander PBM wordt geïntegreerd, bijvoorbeeld in een veiligheidsvest. De dragende onderdelen moeten dan wel voldoende toegankelijk blijven voor inspectie. Contrasterende naden, met een andere kleur of kleurnuance dan de riemen, maken beschadigingen en slijtage beter zichtbaar en vereenvoudigen de controle.

Met medewerking van Delta Plus, Rox en Würth

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
21 september 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine