Oog- en gelaatsbescherming evolueert op meerdere fronten
Oog- en gelaatsbescherming heeft in korte tijd een stevige evolutie doorgemaakt. De norm EN ISO 16321 vervangt EN 166 en brengt onder meer een duidelijkere indeling van de impactbescherming en uitgebreidere markeringen met zich mee. Ook op productniveau blijven de ontwikkelingen niet uit, met onder meer langer houdbare anticondenscoatings en panoramische modellen. Hoog tijd om deze ontwikkelingen van naderbij te bekijken.
Nieuwe certificeringen
Net als voor hoofdbescherming is ook de normering voor oog- en gelaatsbescherming recent vernieuwd. EN ISO 16321-1:2022 volgt EN 166:2001 op als algemene norm voor oog- en gelaatsbescherming voor beroepsmatig gebruik. Het amendement EN ISO 16321-1:2022/A1:2025 werd in september 2026 opgenomen in de Europese lijst van geharmoniseerde normen.
Duidelijkere beschermingsklassen en markeringen
Een belangrijke wijziging betreft de indeling van de impactbescherming. Hierin worden nu drie beschermingsniveaus onderscheiden, waardoor de prestaties van oog- en gelaatsbeschermers nauwkeuriger kunnen worden gespecificeerd. De markeringen geven informatie over onder meer de filterprestaties tegen uv- en infraroodstraling en de geschiktheid voor laswerk. Aanvullende aanduidingen wijzen op eigenschappen zoals krasbestendigheid en anticondensbescherming. Afhankelijk van het product kunnen ook specifieke beschermingsclaims gelden voor bijvoorbeeld vloeistoffen, gassen of elektrische vlambogen.
In Europa geldt een overgangsperiode om producenten de tijd te geven om hun producten aan te passen aan de nieuwe EN ISO 16321-1:2022 norm
Geen one-size-fits-all meer
Ook nieuw is dat de norm rekening houdt met verschillende hoofdvormen wereldwijd. Daarvoor worden zes maatvoeringen gebruikt, gebaseerd op antropometrische gegevens uit verschillende bevolkingsgroepen. Samen vertegenwoordigen die naar schatting 95% van de wereldwijde gebruikerspopulatie.
Geleidelijke overgang
Sinds november 2025 worden nieuwe typekeuringen volgens de ISO 16321-reeks uitgevoerd. Bestaande EN 166-certificaten behouden hun geldigheid volgens de toepasselijke overgangsregels en tot hun officiële vervaldatum. Tijdens die overgangsperiode kunnen op de markt dus nog oog- en gelaatsbeschermers met de oude normering voorkomen.
Welk type voor welk risico?
De normering bakent af welke bescherming een veiligheidsbril moet garanderen. Welk model daarbij aansluit, hangt af van de aard van de blootstelling en de omstandigheden waarin het werk wordt uitgevoerd. In dit overzicht bekijken we de meest gangbare types en waarvoor ze zich het best lenen.
Tegen deeltjes en impact
Basisveiligheidsbrillen zijn doorgaans licht en voorzien van glazen uit polycarbonaat, dat bekendstaat om zijn hoge slagvastheid. Ze beschermen tegen rondvliegende deeltjes en lichte impact. Voor slijpwerk en andere activiteiten met risico op zijdelingse impact is een model met zijbescherming aangewezen. Overzetbrillen zijn geschikt voor brildragers die hun correctiebril willen blijven dragen. Het montuur past over de gewone bril en laat voldoende ruimte om beide comfortabel te dragen, zonder de bescherming te belemmeren. Dergelijke modellen worden onder meer ingezet op bouwplaatsen en in laboratoria.
Tegen stof, vloeistoffen en dampen
Ruimzichtbrillen met een aansluitende afdichting beschermen de ogen ook langs de zijkanten. Een rand uit schuim of rubber en een verstelbare hoofdband zorgen ervoor dat de bril nauw op het gezicht aansluit en beperken het binnendringen van stof en vloeistofspatten.
Spatbrillen (goggles) zijn specifiek ontworpen voor gebruik in omgevingen met chemische producten, rook of dampen. De volledige omsluiting beschermt de ogen rondom. Ventilatieopeningen helpen condensvorming te beperken, al moeten hun afmetingen en uitvoering afgestemd zijn op het vereiste beschermingsniveau. De norm EN ISO 16321-1 legt hiervoor algemene eisen vast.
Tegen straling en wisselende lichtomstandigheden
Lasbrillen en laskappen schermen de ogen af tegen het intense licht en de schadelijke uv- en ir-straling die tijdens het lassen vrijkomen. ISO 16321-2, een onderdeel van de nieuwe normenreeks, legt de specifieke eisen vast voor oogbescherming bij laswerk en aanverwante technieken.
Ook wisselende lichtomstandigheden stellen specifieke eisen aan oogbescherming. Professionals die zowel binnen als buiten werken, kunnen opteren voor veiligheidsbrillen met verwisselbare lenzen. Transparante, gekleurde of gepolariseerde lenzen laten toe de bescherming af te stemmen op de lichtomstandigheden, terwijl hetzelfde montuur behouden blijft.
Wat is er nieuw?
De markt voor veiligheidsbrillen zit in de lift, mede onder impuls van de voortdurende productontwikkelingen binnen de sector. Enkele trends springen daarbij in het oog.
Anticondenscoatings
Anticondensmiddelen gaan de vorming van condensdruppeltjes, zelfs de kleinste, tegen. Door de oppervlaktespanning te verlagen, zorgen ze ervoor dat het vocht zich verspreidt tot een dunne, niet-lichtverstrooiende film. Het vocht dat op de lens achterblijft, belemmert daardoor het zicht niet langer.
De meeste anticondenscoatings gingen in het verleden slechts drie tot twaalf maanden mee, omdat ze zich niet goed aan het lensoppervlak hechtten. Fabrikanten slagen er echter steeds beter in de levensduur van hydrofobe coatings te verlengen en ze tegelijk bestand te maken tegen kortstondige temperatuurschommelingen. Daarnaast zijn er vloeibare anticondensmiddelen op de markt waarmee gebruikers hetzelfde effect kunnen bereiken op gelaatsschermen en andere optische producten.
Blauwe lenzen
Blauwe lensfilters zijn geen nieuw verschijnsel, maar vinden steeds vaker hun weg naar industriële toepassingen. Veiligheidsbrillen met blauwgetinte glazen beperken verblinding en filteren geel licht. Ze zijn gericht op golflengten van 400 tot 500 nanometer, waaronder licht dat wordt uitgestraald door ledschermen, lampen en zonlicht.
Door de ruime inzet van industriële computers voor datamonitoring worden werknemers op de fabrieksvloer vaker aan schermlicht blootgesteld. Ook in dat verband worden blauwe lensfilters steeds relevanter. Daarnaast kan blauw licht met een hoge intensiteit in het bijzonder schadelijk zijn voor mensen met maculadegeneratie, een aandoening die vaak voorkomt bij fabrieksarbeiders die worden blootgesteld aan zonnestraling.
Fabrikanten proberen belasting te beperken met lichtere monturen
Lichter zonder beschermingsverlies
Naast de beschermende eigenschappen bepalen ook het gewicht en de pasvorm hoe geschikt een veiligheidsbril is voor langdurig gebruik. Een zwaar montuur of glazen die druk uitoefenen, kunnen na verloop van tijd hinderlijk worden. Fabrikanten proberen die belasting te beperken met lichtere ontwerpen, zonder de slagvastheid of andere beschermende eigenschappen aan te tasten.
Polycarbonaat is daarvoor een courante keuze vanwege het lage gewicht, de hoge slagvastheid en de optische helderheid. Door zijn hoge slagvastheid krijgt het bovendien de voorkeur boven bepaalde conventionele kunststoffen. Aangepaste monturen, ventilatieopeningen en zachte contactvlakken kunnen de druk op het gezicht eveneens verminderen.
Panoramische modellen
Panoramische veiligheidsbrillen winnen aan populariteit door hun brede kijkhoek en de bescherming rondom de ogen. Polycarbonaatglazen beperken de vervorming van het perifere zicht, een nadeel dat bij gebogen kunststofglazen kan optreden. Met een lateraal gezichtsveld tot 120 graden beschermen panoramische modellen de ogen ook tegen zijdelingse impact en lichtinval. Afzonderlijke zijschermpjes, die bij klassieke veiligheidsbrillen vaak als hinderlijk worden ervaren, zijn daardoor overbodig.
Met medewerking van Bollé Safety, Cortina, Delta Plus, Milwaukee, Uvex Safety en VIP Safety